FAMILIEDRAMA BIJ DE FAMILIE WENZEL

 

FAMILIEDRAMA BIJ DE FAMILIE WENZEL

 

Een verschrikkelijke gebeurtenis in Suderwick aan het eind van de Tweede Wereldoorlog

Op 14 april 1945 is Grada Wenzel-Heckers (de moeder van Erika Steffens-Heckers, JR) jarig. Ze loopt ’s morgens buiten bij de boerderij om de kippen te voeren en ziet een Tellermine* liggen. Om er voor te zorgen dat de kinderen er niet mee gaan spelen, legt ze Tellermine onder de heg.
Een dag later, op 15 april komt een vriendin op verjaardagsvisite, met haar kinderen Gertrud en Hermann Enk.
Otto Wenzel, dan 9 jaar, gaat buiten spelen met Gertrud en Hermann. Op een gegeven moment kruipen ze door de heg, net op de plaats waar de Tellermine ligt. Een geweldige explosie is het gevolg.
Gertrud en Hermann worden verderop in de wei gevonden, ze leven dan nog. Van Otto is niets te vinden, dus de familie denkt dat hij naar zijn opa en oma gegaan is. Zij wonen in Suderwick net bij de grensovergang (nu de Penny). Daar heeft opa een smederij en fietsenwinkel.
De knecht gaat snel naar opa en oma om te vragen of Otto bij hen is. Maar hij is daar niet en is er ook niet is geweest. Het dringt tot iedereen door dat Otto dusdanig door de Tellermine is geraakt, dat er van hem niets terug te vinden is. Beide kinderen van Enk overlijden aan hun verwondingen.
Erika Steffens heeft nog lang een briefje bewaard, dat geschreven was door dr. De Keijzer uit Dinxperlo, waarin stond dat hij de dood heeft vastgesteld van de beide kinderen Enk.
Een buurvrouw heeft later aan Erika verteld dat ze zich nog steeds kan herinneren hoe moeder Wenzel om Otto heeft geroepen. Als moeder Wenzel enkele dagen later de was ophangt aan de waslijn die langs het pad stond, glijdt haar voet weg: ze stapte op de tong van Otto. Dat is de druppel die de dam rondom haar verdriet breekt: ze stort in en weet zich later de zes weken daarna niet meer te herinneren.
Nog weer een aantal weken later, tijdens het hooien heeft men op het hooiland een knieschijf van Otto gevonden.
Het gezin Wenzel bestond uit vader en moeder en de kinderen Otto (1936), Horst (1938) en Frits (1940). De zoon Frits is op 2-jarige leeftijd overleden aan de gevolgen van een derdegraads verbranding. Op de deel stond een pot met kokend water, waarin zakdoeken uitgekookt werden. Doordat hij achteruit liep, viel hij in deze pot waardoor hij derdegraads verbrandingen opliep aan zijn onderlichaam. Hij is aan de gevolgen van deze verbrandingen overleden.
De vader van het gezin was al sinds 1938 in militaire dienst en vocht in Rusland. Hij kwam in Russische krijgsgevangenschap en kwam pas in 1949 terug naar Duitsland, nadat hij ontsnapt was uit Russische krijgsgevangenschap. In deze gevangenschap heeft hij erg veel honger geleden. Toen hij in 1949 weet thuis kwam hoorde hij pas wat er met zijn beide zonen was gebeurd.
In februari 1951 wordt een dochter geboren, Erika. Zij woont nog altijd op de Osterhof, een boerderij die al meer dan 500 jaar oud is.
De kinderen van het gezin Enk zijn begraven op de begraafplaats in de Spork. De vader van deze kinderen heeft het verlies nooit kunnen verwerken.
Otto Wenzel heeft een houten kruis met zijn naam op het familiegraf op de Evangelische begraafplaats in Suderwick.
*Tellermine of antitankmijn of antivoertuigmijn is een type landmijn ontworpen om voertuigen
inclusief tanks en andere pantservoertuigen te vernietigen.
Vergeleken met mijnen bedoeld tegen infanterie bevatten antitankmijnen een grotere explosieve lading en een ontstekingsmechanisme dat afgesteld is om alleen bij voertuigen af te gaan. In de Tweede Wereldoorlog hadden alle oorlogvoerende landen, zowel de geallieerden als de Duitsers, enorme hoeveelheden landmijnen ter beschikking.
DUITS
* Foto  Mw. Wenzel-Heckers met haar 3 zoontjes, links Otto, midden Horst en op de arm Fritz. *Foto rechts; Otto.